Een cynische plotwending in het Europees klimaatdebat: de vervuiler moet niet betalen

2-4-2021, Mo.be

Er is al lang nood aan eerlijke concurrentie tussen bedrijven in Europa, dat een actief klimaatbeleid voert, en bedrijven van buiten Europa. Met een nieuw initiatief wil Europa er iets aan doen, schrijft Europarlementslid Sara Matthieu (Groen). ‘Maar vorige week schoten rechtse partijen en de industrie zichzelf in de voet tijdens de plenaire stemming in het Europees Parlement.’

Al jaren zit het Europees klimaatbeleid vast in een defensieve kramp. Aan de ene kant wil de EU graag de leiding nemen in de strijd tegen klimaatverandering. Maar aan de andere kant gaapt er een flinke kloof tussen woord en daad.

De Europese Unie was in 2005 de eerste om een systeem in te voeren voor de handel in uitstootrechten. En in 2019 stelden Europese leiders het doel voorop om het eerste klimaatneutraal continent ter wereld te zijn tegen 2050.

Maar de huidige Europese klimaatdoelstellingen volstaan absoluut niet om tijdig klimaatneutraliteit te halen. De situatie is in het bijzonder precair voor de industriële klimaatuitstoot. In Europa maar ook in Vlaanderen daalt die uitstoot sinds een tiental jaar niet verder. De voorbije jaren is ze zelfs licht gestegen. Dat is het gevolg van een klimaatcompromis dat de voorbije 15 jaar standhield.

Dat compromis kwam er op basis van deze redenering: er wordt erkend dat de uitstoot van de industrie, energie en luchtvaartsector omlaag moet en dat op die koolstofuitstoot een prijs moet gekleefd worden. Zo worden bedrijven gestimuleerd om hun productie op te schonen.

Maar, zo klinkt het ook, dat mag niet ten koste gaan van de competitiviteit van onze bedrijven. Europese fabrieken en bedrijven zouden een nadeel ondervinden ten opzichte van concurrenten die werken in landen zonder CO2-prijs. Daarom krijgen die bedrijven massale compensaties uit het EU-emissiehandelssysteem.

lees artikel (opent nieuw scherm/tbbblad)

Deel dit bericht

Meer nieuws