CONCEPT Grondgebonden veehouderij als oplossing voor fosfaat- en stikstofoverschot: scenario's veestapel per diersoort
Nederland zit met 439,5 mln kg N en 141,5 mln kg P2O5 in mest (2025) op of boven de plafonds (src:2157), en zonder derogatie is de plaatsingsruimte circa 60 mln kg N te klein (src:2155). De vraag is of grondgebondenheid dit oplost en welke veestapel daarbij past.
Effecten van de huidige situatie
Effecten van de situatie zonder nieuw beleid, in € miljoen per jaar met 1 decimaal. Negatief is een nadelig effect. Lage impact is de grens die het dichtst bij 0 ligt, hoge impact de grens die het verst van 0 ligt, voor positieve en negatieve effecten. Financiële effecten zijn begrotingsuitgaven, begrotingsinkomsten en gemiste belastinginkomsten; maatschappelijke effecten zijn welvaartseffecten; risico's staan als jaarlijkse bufferpremie, kans maal schade. Overdrachten en andere bedragen die niet in het saldo tellen staan apart en tellen niet mee in het totaal. Onderaan staat het totaal.
| Effect | Lage impact € mln/jaar | Midden € mln/jaar | Hoge impact € mln/jaar | Hoeveelheid | Bron |
|---|---|---|---|---|---|
| Maatschappelijke effecten (welvaart) | |||||
| Omgevingseffecten (geluid/lucht/stikstof) | 650,0 | 650,0 | 650,0 | – peiljaar 2012 | dp:1894 src:2152 |
Scenario S2 (50% minder varkens en kippen, 20% minder melkvee): afname maatschappelijke schade door stikstofverontreiniging circa 650 mln euro per jaar, prijspeil circa 2012, src:2152. Daartegenover primaire sector -300 mln en agrocomplex -2.340 mln euro toegevoegde waarde per jaar (zelfde bron). Niet geindexeerd naar 2025; daarom niet in totaal. | |||||
| Subtotaal maatschappelijke effecten | 650,0 | 650,0 | 650,0 | ||
| Totaal effect huidig beleid | 650,0 | 650,0 | 650,0 | financiële effecten + maatschappelijke effecten + risico's | |
Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.
Correctie of aanvulling voorstellenAnalyse
Vraag (ticket 374, Harmen 25-10-2026): lost een grondgebonden veehouderij het fosfaat- en stikstofprobleem grotendeels op, en hoeveel kleiner wordt de veestapel dan? 1. Definitie bepaalt de uitkomst. Er zijn drie gangbare definities. A mestgrondgebonden: mest past op eigen of regionaal land (Louis Bolk src:1476; WEcR 2022-061 src:2154 met samenwerkingsovereenkomsten binnen 20 km). B mest op eigen land zonder derogatie, op stikstof als bindende norm (eigen rekenvoorbeeld redacteur, schatting). C voer- en mestgrondgebonden: voer uit eigen land of uit de regio, zoals het natuurinclusieve scenario van de PBL/WUR Landbouw- en Natuurverkenning, voer binnen circa 500 km (src:2153). Alleen definitie C geeft circa halvering van de totale veestapel. 2. Scenariotabel dieraantallen (x 1000; basis CBS 1 april 2025, src:2151, dp zie links). Procentuele krimp uit de bron, toegepast op 2025 door Burgerplatform (eigen berekening, schatting; de bronpercentages gelden t.o.v. 2022/2023). Diersoort | 2025 | S1 laag LNV-referentie | S2 midden PBL 2012 | S3 circa -50% LNV natuurinclusief | S4 hoog alleen NL-voer Melk- en kalfkoeien | 1527 | 1176 (-23%) | 1222 (-20%) | 764 (-50%) | 1069 (-30%) Jongvee melkvee | 906 | 652 (-28%) | 725 (-20%) | 453 (-50%) | 634 (-30%) Vleeskalveren | 864 | 726 (-16%) | 691 (-20%, aanname) | 432 (-50%, aanname intensief) | 605 (-30%, aanname) Overig rundvee | 249 | 249 (geen bron) | 199 (-20%) | 125 (-50%) | 174 (-30%) Rundvee totaal | 3546 | 2803 (-21%) | 2837 (-20%) | 1773 (-50%) | 2482 (-30%) Varkens | 9658 | 7630 (-21%) | 4829 (-50%) | 4829 (-50%) | PM (bron: tussen 30 en 90%) Kippen | 81734 | circa 69500 (-15%, mix leghennen -17 en vleeskuikens -12) | 40867 (-50%) | 40867 (-50%) | 8173 (-90%) Schapen en geiten | 676 en 628 | PM | PM | PM | PM Totaal, gewogen naar N-uitscheiding 2025 (src:2157; eigen berekening) | 100 | circa -19% | circa -27% | circa -48% | circa -35 tot -46% Bronnen per kolom: S1 src:2153 (referentiescenario, LNV 2025); S2 src:2152 (scenario 50% minder intensief en 20% minder melkvee, 30% minder mest); S3 src:2153 (natuurinclusief: intensief en melkvee halveren t.o.v. 2022); S4 src:2153 via Silvis e.a. 2021 (alleen Nederlands veevoer: krimp 30% melkvee tot 90% kippen). Ter vergelijking melkvee: Louis Bolk -11,1 tot -17,8% (met derogatie, src:1476); eigen N-rekenvoorbeeld zonder derogatie -22 tot -26% (schatting); LNV intensief-technologisch -41 tot -46% (src:2153). 3. Dragen de bronnen circa -50%? Ja, maar alleen onder definitie C. Het PBL/WUR natuurinclusieve scenario halveert intensieve veehouderij en melkvee om de doelen voor natuur, water en klimaat te halen, met voer binnen 500 km (src:2153). Onder definitie A en B dragen de bronnen voor rundvee 11 tot 26% krimp, niet 50%; varkens en pluimvee krimpen dan wel sterk (tot circa 90-100% bij strikt eigen land of alleen NL-voer). Het eigen rekenvoorbeeld (rundvee -24%, varkens en pluimvee vrijwel nul) komt N-gewogen op circa -45%, schatting. Conclusie: totaal circa -50% is verdedigbaar met bron; een halvering van het aantal koeien volgt niet uit de mestnormen alleen, wel uit het voercriterium of uit de natuur- en klimaatdoelen. 4. Effecten. Mest: S2 geeft 30% minder mest en vrijwel alle mest kan op NL-grond (src:2152). Ammoniak -20 kton N en nitraat -7 kton N in S2, maar fosfaataccumulatie daalt niet zolang kunstmest de vrijgevallen ruimte vult (src:2152); dus koppelen aan pol:411, pol:245. Fosfaat: aanvoer via krachtvoer 65 van 78 mln kg P (src:884); bij voergrondgebondenheid valt dit grotendeels weg, de bodemvoorraad blijft jaren tot decennia naleveren (ticket 374, CLO archief). Mestmarkt: plaatsingsruimte 2026 zonder derogatie circa 280 mln kg N, tekort circa 60 mln kg N (src:2155); uitscheiding 2025 439,5 mln kg N en 141,5 mln kg P2O5 (src:2157). Economie: grondgebonden veehouderijcomplex 11,4 mld euro TW en 120.000 aje (2022, src:2153); natuurinclusief raakt circa 6,8 mld TW (src:2153); inkomensverlies 30-40 duizend euro per melkveebedrijf door Meststoffenwet (src:2156). Monetaire posten zijn nog niet als policy_effect vastgelegd (PM). 5. Beleid in volgorde stop-bron-herstel, hergebruik bestaande policies. Stop: pol:193, pol:195, pol:196, pol:197, pol:198, pol:177, pol:411, pol:245. Bron: pol:199 (volumepad) en pol:200 (extensivering en grondgebondenheid); deze analyse levert de scenariokeuze voor de norm per ha (GVE/ha of kg N en P2O5 uit eigen land, variant SWO binnen 20 km uit src:2154). Herstel: pol:201. Nieuwe policies zijn niet aangemaakt om dubbeling te voorkomen; fosfaatterugwinning en fosfaatarme natuur op verzadigde grond staan als open punt. Zie ana:61 (omvang veestapel), ana:62 (drinkwater), ana:51 (stikstoffonds).Betrokken bestuurders
Maatregelen
Herkomst van de bedragen per maatregel
Bronnen bij deze analyse
- CBS nieuws 29-6-2026: Stikstof in dierlijke mest op plafond in 2025, fosfaat nog erbovenonline
- CBS StatLine 84952NED: Omvang veestapel op agrarische bedrijven, peildatum 1 april en 1 decemberonline
- Kamerstukken II 2025/26, 33 037, nr. 641 - Brief minister LVVN over regels vanaf 1 januari 2026 zonder derogatie en zonder 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn (2026D08007)documentonline
- StatLine 80780ned: Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar regio (Landbouwtelling)documentonline
- StatLine 83982NED: Dierlijke mest; productie en mineralenuitscheiding, diercategorie, regiodocumentonline
- Impactanalyse mestmarkt, Kamerstukbijlage 2025D46036online
- PBL (2025) Effecten wijzigingen Meststoffenwet (PBL 5800)online
- Stikstofoverschot en mineralenbalans (dossier stikstof)online
- WOT-technical report 285: Reflecties op de Landbouw- en Natuurverkenning; landbouweconomische gevolgen (Berkhout e.a., 2025, doi 10.18174/700997)online
- Verlies van derogatie en mestafzetkosten melkveehouderij (notitie Wageningen Economic Research, Kamerstukbijlage 2024D16590)documentonline
- Wageningen Economic Research 2022-061: Op weg naar grondgebonden rundveehouderijonline
- Dieren in de put: laat ze niet in de stront zakken! (Varkens in Nood, 2020)online
- Miljoenen illegale varkens in Nederland (Varkens in Nood, 2018)online
- Verkenning naar een grondgebonden melkveehouderij, Louis Bolk Instituut publicatie 2017-017 LbDonline
- PBL (2012) Welke veestapel past in Nederland? Achtergrondrapport scenarioberekeningen (PBL 500245002)online
Datapunten bij deze analyse
- 1896 procent krimp rundvee (schatting) Eigen schatting: rundvee 22-26% kleiner bij mest op eigen gras- en voederland zonder derogatie (170 kg N/ha)
- 1897 procent krimp totaal, N-gewogen (schatting) Eigen schatting: totale veestapel N-gewogen per scenario: S1 -19%, S2 -27%, S3 -48%, S4 -35 tot -46%
- 1899 mln kg N Uitscheiding dierlijke mest 2025: 439,5 mln kg N en 141,5 mln kg P2O5bron
- 1898 mln kg N Plaatsingsruimte zonder derogatie 2026 circa 280 mln kg N; tekort circa 60 mln kg Nbron
- 1900 arbeidsjaareenheden Grondgebonden veehouderijcomplex: 120.000 arbeidsjaren (2022), toegevoegde waarde 11,4 mld eurobron
- 1892 procent krimp tot 2050 LNV intensief-technologisch: melkveestapel -41 tot -46%bron
- 1891 procent krimp tot 2050 LNV natuurinclusief: aantal dieren intensieve veehouderij en melkvee halveert t.o.v. 2022bron
- 1890 procent krimp tot 2050 LNV-referentiescenario: melkkoeien -23%, jongvee -28%, varkens -21%, vleeskalveren -16%, leghennen -17%, vleeskuikens -12%bron
- 1889 aantal Kippen 1 april 2025: 81.734 duizendbron
- 1886 aantal Melk- en kalfkoeien 1 april 2025: 1.527 duizendbron
- 1887 aantal Rundvee totaal 1 april 2025: 3.546 duizend (jongvee melk 906, vleeskalveren 864)bron
- 1888 aantal Varkens 1 april 2025: 9.658 duizendbron
- 1893 procent krimp Alleen Nederlands veevoer: krimp veehouderij 30% (melkvee) tot 90% (kippen)bron
- 1895 procent krimp melkkoeien Louis Bolk 2017: grondgebonden melkvee vraagt 11,1% (mest eigen land) tot 17,8% (fosfaatevenwicht) minder melkkoeienbron
- 1894 procent minder mest PBL 2012: 50% minder varkens en kippen en 20% minder melkvee geeft 30% minder dierlijke mestbron