De Thwaitesgletsjer in West-Antarctica kan tot 2100 maximaal ongeveer 30 millimeter, dat is 3 centimeter, bijdragen aan de mondiale zeespiegelstijging, ongeveer twee keer zoveel als eerdere projecties. Dat staat in een studie die op 12 oktober 2026 verscheen in Nature Communications src:1324. De onderzoekers komen tot dat cijfer zonder extra klimaatopwarming mee te rekenen.
Wat de studie laat zien
Het onderzoek is geleid door Mattia Poinelli, toen postdoc aan de University of California Irvine, samen met onderzoekers van NASA's Jet Propulsion Laboratory, UCLA, Dartmouth College en de Scripps Institution of Oceanography. Zij voegden aan het ijskapmodel ISSM een zogenoemde grounding zone toe: een strook van enkele kilometers waar warm zeewater onder het ijs doordringt dat nog op de bodem rust. Satellietmetingen van ICEYE laten zien dat die strook bij Thwaites kilometers breed is en met het getij meebeweegt.
Alleen met een grounding zone van 2 tot 5 kilometer breed kon het model de waargenomen terugtrekking, verdunning en versnelling van de gletsjer tussen 1996 en 2023 nabootsen. Sinds 1996 trok de gletsjer in het snelste deel ongeveer 25 kilometer terug. Als op de lange termijn al het ijs van Thwaites in zee zou verdwijnen, is dat goed voor 65 centimeter zeespiegelstijging. Dat is de totale hoeveelheid ijs, geen verwachting voor 2100: de studie gaat over maximaal ongeveer 3 centimeter tot 2100. In de media worden ook 3 meter genoemd. Dat gaat niet over Thwaites zelf of over 2100, maar over de hele West-Antarctische ijskap, die Thwaites mede tegenhoudt: als die volledig zou instorten en smelten, stijgt de zeespiegel volgens de International Thwaites Glacier Collaboration met 3,3 meter, een proces dat eeuwen tot millennia duurt. Een volledige instorting van Thwaites zelf vraagt volgens de ITGC enkele eeuwen.
De kerncijfers
De onderzoekers rekenden tot 2100 met een ondergrens: een constant klimaat op basis van de omstandigheden tussen 1996 en 2023. Bij een grounding zone van 5 kilometer, wat past bij recente satellietwaarnemingen, komt de bijdrage van Thwaites tot 2100 uit op 30,1 millimeter, met een marge van 5,7 millimeter, dus ongeveer 3 centimeter. Dat is twee keer het gemiddelde van 15,2 millimeter van de internationale modelvergelijking ISMIP6 onder hetzelfde scenario. Bij een grounding zone van 3 kilometer is het 19,4 millimeter, bij 1 kilometer 14,3 millimeter, en zonder grounding zone 8,3 millimeter.
De gletsjer wordt nu nog vastgehouden door een onderzeese rug, de Mouginot Ridge. Bij een grounding zone van 5 tot 6 kilometer komt de gletsjer daar al vanaf 2038 van los. Bij 4 tot 6 kilometer is de kans dat dat voor 2100 gebeurt ongeveer 60 procent, bij 2 tot 3 kilometer ongeveer 45 procent. Daarna trekt de gletsjer verder terug over een bodem die landinwaarts dieper wordt.
Onzekerheden
De auteurs noemen zelf de beperkingen. Het model gebruikt een vaste breedte voor de grounding zone en een vast ijsfront zonder afkalven, en het smelten onder het ijs is vereenvoudigd. Extra opwarming van de oceaan is niet meegerekend. Een opwarming van 0,5 tot 0,7 graden zou het ijsverlies volgens de auteurs met ongeveer 15 procent verhogen. Elke kilometer extra breedte van de grounding zone verandert de uitkomst gemiddeld met 22 procent. De auteurs pleiten voor meer metingen onder het ijs.
Co-auteur Eric Rignot van UC Irvine zegt in het persbericht van de universiteit dat eerdere projecties de snelheid van het massaverlies niet konden volgen door ontbrekende natuurkunde, en dat de resultaten wijzen op een groter risico op kustoverstromingen dan verwacht. Reacties van onafhankelijke experts zijn nog niet gevonden. Een dag later publiceerde de British Antarctic Survey een afzonderlijke studie waaruit blijkt dat Thwaites in modellen ijs blijft verliezen, zelfs als het smelten door de oceaan volledig wordt uitgeschakeld.
Wat het betekent voor Nederland
De cijfers hieronder van het KNMI en het Kennisprogramma Zeespiegelstijging staan los van de Thwaites-studie. Ze geven de bredere Nederlandse context. Volgens het KNMI bepaalt het smelten van de Antarctische ijskap vrijwel volledig hoe snel de zeespiegel voor de Nederlandse kust stijgt, omdat het smelten van Groenland hier weinig bijdraagt. In de KNMI'23-scenario's stijgt de zee voor de Nederlandse kust rond 2100 met 26 tot 73 centimeter bij lage uitstoot en 59 tot 124 centimeter bij hoge uitstoot. Als slecht begrepen processen in Antarctica een grote rol gaan spelen, kan dat oplopen tot 2,5 meter. Deze scenario's zijn van 2023 en zijn niet gebaseerd op de nieuwe studie.
Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Deltacommissaris is in juni 2026 afgerond. Daaruit blijkt dat Nederland met de huidige aanpak van dijken, stormvloedkeringen en zandsuppleties technisch zeker 3 meter zeespiegelstijging aankan, en in principe 5 meter als de stijging niet te snel gaat. Die 3 en 5 meter gaan over wat de Nederlandse aanpak aankan, niet over een verwachte stijging, en hebben niets met de Thwaites-studie te maken. Voorwaarden zijn voldoende geld en mensen, ruimte voor toekomstige dijkversterkingen en genoeg zand en klei. Voor een zeer extreem geval met een instabiele Antarctische ijskap rekende het programma met 2 meter in 2100 en meer dan 5 meter in 2200. De resultaten zijn input voor de herijking van het Deltaprogramma. Of de nieuwe studie gevolgen heeft voor de KNMI-scenario's, is nog niet bekend.
Duiding van Burgerplatform: een bijdrage van ongeveer 3 centimeter tot 2100 uit een enkele gletsjer lijkt klein, maar de studie laat zien dat modellen het ijsverlies in Antarctica eerder hebben onderschat, en juist Antarctica bepaalt het tempo voor de Nederlandse kust. Voor de delta gaat het daarom minder om het jaartal dan om de snelheid: de huidige aanpak werkt zolang er tijd, ruimte, zand en klei is. Dat vraagt nu al keuzes voor de lange termijn, zoals het vrijhouden van ruimte voor dijkversterking. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse kan helpen om die keuzes tijdig en open af te wegen. De bron ligt bij de uitstoot: de studie rekent zonder extra opwarming, en volgens het KNMI hangt hoeveel de zee uiteindelijk stijgt vooral af van hoeveel broeikasgassen er nog worden uitgestoten. Emissiereductie is dus ook kustbescherming.
Lees ook: De onvermijdelijkheid van zeespiegelstijging, Flooded Futures: Understanding the Rising Threats and How We Prepare, Rechter: Staat moet Bonaire beter beschermen tegen klimaatverandering
Bronnen
- Poinelli e.a., Sea-level contribution from Thwaites Glacier doubles in an observation-constrained ice-sheet model, Nature Communications, 12 oktober 2026
- UC Irvine, Melting of Antarctica's Thwaites Glacier worse than thought, 12 oktober 2026
- Phys.org, Thwaites Glacier could contribute twice as much sea-level rise as previously projected
- British Antarctic Survey, Thwaites Glacier will keep losing ice even if oceans cool, 13 oktober 2026
- KNMI, KNMI'23 climate scenarios for the Netherlands
- KNMI, Nieuwe KNMI-klimaatscenario's
- Deltaprogramma, Kennisprogramma Zeespiegelstijging afgerond, 22 juni 2026
- Hoofdlijnen uit het Kennisprogramma Zeespiegelstijging, 2026
- International Thwaites Glacier Collaboration, Facts about Thwaites Glacier