De meest belangrijke economische scholen
21-1-2026 Economics Explained
De economische wetenschap is door de eeuwen heen gevormd door verschillende "scholen". Elke school biedt een eigen perspectief op hoe markten werken, wat de rol van de overheid moet zijn en hoe menselijk gedrag de economie stuurt.Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste economische denkscholen:
1. Klassieke Economie (vanaf ca. 1776)
De basis van het moderne kapitalisme, aangevoerd door Adam Smith (The Wealth of Nations).
- De Onzichtbare Hand: Het idee dat individuen die hun eigenbelang najagen, onbewust bijdragen aan de welvaart van de hele samenleving.
- Laissez-faire: De overheid moet zich zo min mogelijk bemoeien met de economie.
-
Focus: Productie en aanbod als drijfveren van groei.
2. Marxistische Economie (midden 19e eeuw)
Een kritische reactie op het kapitalisme door Karl Marx.
-
Arbeidswaardetheorie: De waarde van een product wordt bepaald door de hoeveelheid arbeid die erin is gestoken.
-
Uitbuiting: Marx stelde dat de winst van de kapitaalbezitter (bourgeoisie) voortkomt uit het niet-uitbetalen van de volledige waarde die de arbeider (proletariaat) toevoegt.
-
Focus: Klassenstrijd en de uiteindelijke overgang naar een socialistisch systeem.
3. Neoklassieke Economie (eind 19e eeuw)
De stroming die de basis vormt voor veel van de huidige economische modellen.
-
Marginaal Nut: Waarde wordt bepaald door hoe nuttig de laatste eenheid van een product is voor een consument (subjectieve waarde).
-
Evenwicht: De focus ligt op vraag en aanbod die elkaar ontmoeten in een perfecte markt.
-
Focus: Wiskundige modellen en de rationaliteit van het individu (Homo Economicus).
4. Oostenrijkse School (eind 19e eeuw)
Bekende denkers zijn Friedrich Hayek en Ludwig von Mises.
-
Individuele Vrijheid: Fel tegenstander van centrale planning en overheidsingrijpen.
-
Conjunctuurtheorie: Recessies worden veroorzaakt door centrale banken die de rente kunstmatig laag houden, wat leidt tot "slechte investeringen".
-
Focus: Het belang van prijssignalen en menselijk handelen dat niet in wiskundige formules te vangen is.
5. Keynesiaanse Economie (vanaf ca. 1936)
Ontstaan tijdens de Grote Depressie, ontwikkeld door John Maynard Keynes.
-
Vraag stuurt de economie: Als consumenten en bedrijven niet besteden, moet de overheid dat doen om een recessie te beëindigen.
-
Anticyclisch beleid: Sparen in goede tijden, uitgeven (met tekorten) in slechte tijden.
-
Focus: Macro-economische stabiliteit en het bestrijden van werkloosheid.
6. Monetarisme (jaren '60 en '70)
Aangevoerd door Milton Friedman als reactie op de Keynesiaanse school.
-
Geldhoeveelheid: "Inflatie is altijd en overal een monetair fenomeen." De centrale bank moet de geldhoeveelheid stabiel houden en verder niet ingrijpen.
-
Vrije Markt: Sterke nadruk op privatisering en deregulering.
-
Focus: Prijsstabiliteit en het beperken van de rol van de overheid.
7. Gedragseconomie (Behavioral Economics - recent)
Gecombineerd met psychologie, bekend door Daniel Kahneman en Richard Thaler.
-
Irrationaliteit: Mensen zijn niet altijd rationeel; we maken fouten door emoties, sociale druk en mentale korteroutes (biases).
-
Nudging: De overheid kan mensen "een duwtje" in de goede richting geven (bijv. gezonder eten) zonder keuzes te verbieden.
-
Focus: Hoe mensen werkelijk beslissingen nemen in plaats van hoe ze dat zouden moeten doen.
Vergelijkingstabel
| School | Belangrijkste Figuur | Rol Overheid | Kernconcept |
| Klassiek | Adam Smith | Minimaal | Onzichtbare Hand |
| Marxistisch | Karl Marx | Maximaal (Centraal) | Klassenstrijd |
| Keynesiaans | John M. Keynes | Actief bij crisis | Vraagstimulering |
| Monetaristisch | Milton Friedman | Beperkt (Geldsturing) | Geldhoeveelheid |
| Gedragsecon. | Daniel Kahneman | Subtiel (Nudging) | Irrationaliteit |
Deel dit bericht
pageviews: 11